Voorgaande religies

De Bahá'í-leringen benadrukken de eenheid van de grote wereldgodsdiensten.

Bahá'ís geloven dat elke boodschapper over de volgende sprak en dat Bahá'u'lláhs leven en leer de eindtijdbeloften van de voorgaande religies vervullen.

De Heilige Geest

De Heilige Geest is de milddadigheid van God en de lichtende stralen die uit de Manifestatie voortkomen, want Christus was het brandpunt van de stralen van de Zon van Werkelijkheid en vanuit dit glorierijke brandpunt – de Werkelijkheid van Christus - werkelijkheid van de apostelen.

De nederdaling van de Heilige Geest op de apostelen geeft aan dat de glorieuze goddelijke gaven zich in hun werkelijkheid weerspiegelden en zichtbaar werden. Bovendien zijn komen en gaan, neerdalen en opstijgen kenmerken van lichamen en niet van de geest. Dat wil zeggen, dat waarneembare werkelijkheden binnentreden en zichtbaar worden, maar dat geestelijke fijngevoeligheden en verstandelijke werkelijkheden, zoals intelligentie, liefde, kennis, voorstellings- en denkvermogen niet binnentreden en evenmin te voorschijn komen of neerdalen, maar veeleer rechtstreeks verbonden zijn.

Kennis bijvoorbeeld, een staat die door het verstand wordt bereikt, is een geestelijke toestand, en iets in zich opnemen en op een gedachte komen zijn denkbeeldige toestanden, maar het verstand is verbonden met het vergaren van kennis, zoals beelden die weerkaatst worden in een spiegel.

Nu het dus zonneklaar is dat de verstandelijke werkelijkheden niet binnentreden of neerdalen en het volstrekt onmogelijk is dat de Heilige Geest opstijgt en neerdaalt, naar binnen- of naar buitentreedt of indringt, kan het slechts zijn dat de Heilige Geest in alle pracht verschijnt, zoals de zon verschijnt in de spiegel.

Sommige passages in de Heilige Boeken spreken van de Geest, daarmee doelend op een bepaalde persoon, zoals ook in het algemene spraakgebruik wordt gezegd dat zo iemand een belichaming is van de geest, of de verpersoonlijking van barmhartigheid en edelmoedigheid. In dit geval zien wij naar het licht en niet naar de spiegel.

In het evangelie van Johannes 16:12,13, waar gesproken wordt over de Beloofde die na Christus komen zal, staat: "Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het thans niet dragen; doch wanneer Hij komt, de Geest der Waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken." 

Ga nu zorgvuldig na dat het uit deze woorden "want Hij zal niet uit zichzelf spreken, maar
al wat Hij hoort, zal Hij spreken" duidelijk is dat de Geest van Waarheid is belichaamd in een mens met een persoonlijkheid, die oren heeft om te horen en een tong om te spreken.

Evenzo wordt de naam 'Geest Gods' gebruikt met betrekking tot Christus, zoals u spreekt van een licht en daarmee zowel het licht als de lamp bedoelt.
bron: 'Abdu'l-Bahá - Beantwoorde Vragen pag.95

Kees P.
2005