Wereldgemeenschap

De bahá'í-religie onderscheidt zich door haar plan voor een wereldgemeenschap en een wereldcultuur.

Haar regels zijn goddelijk van aard omdat ze in door Bahá'u'lláh zelf geopenbaarde geschriften gegeven zijn en ze het de mensen makkelijk maken om er in mee te werken.

Geen vooroordelen

Het voornaamste vraagstuk dat moet worden opgelost is hoe de huidige wereld, met haar ingewortelde conflictpatroon, kan veranderen in een wereld waar harmonie en samenwerking heersen. Wereldorde kan alleen gebaseerd worden op een onwankelbaar bewustzijn van het één-zijn van de mensheid, een geestelijke waarheid die door alle menswetenschappen wordt bevestigd.

Antropologie, fysiologie en psychologie erkennen slechts één menselijke soort, hoewel oneindig gevarieerd in de secundaire aspecten van het leven. Erkenning van deze waarheid vereist het loslaten van vooroordeel - vooroordeel van welke soort dan ook - van ras, klasse, huidskleur, geloof, natie, sekse, graad van materiële beschaving, van alles wat mensen in staat stelt zichzelf als superieur aan anderen te beschouwen.

"O MENSENKINDEREN!
Weet gij waarom Wij u allen hebben geschapen uit dezelfde stof? Opdat geen mens zich boven de ander zou verheffen. Overweegt te allen tijde in uw hart hoe gij werd geschapen ..."
Verborgen Woorden (Arabisch), Bahá'u'lláh, Stg Bahá'í Literatuur, Den Haag, 2e druk, 1975

En juist in deze tijd wordt het belang van het niet hebben van vooroordelen onderstreept. De acties van terroristen tegen westerse landen en omgekeerd laten ons opnieuw zien hoe gemakkelijk een vooroordeel ontstaat, hoe gemakkelijk een vooroordeel wordt aangepraat, en hoe vreselijk moeilijk het is om dat vooroordeel weer kwijt te raken. Hoe ernstig worden mensen door zo'n vooroordeel gekwetst!

Natuurlijk is de Islám geen religie van terroristen. Fundamentalisme en religieus geweld zijn bij alle godsdiensten voorgekomen. Wie zonder zonden is, werpe de eerste steen...

Religieus geweld
We hoeven niet ver te zoeken naar religieus geweld, het is een van de felste uitingen van vooroordeel. We worden er bijna dagelijks mee geconfronteerd en het aantal nieuwe gevallen verrast ons niet eens meer. Het betreft aanhangers van alle godsdiensten en het is niet altijd even gemakkelijk om godsdiensten dan in hun zuivere staat te zien, gereinigd van alles wat menselijke tekortkomingen hebben veranderd. De Openbaring van Bahá'u'lláh geeft zuivere godsdienst een centrale plaats in onze samenleving en staat geen enkele religieuze onverdraagzaamheid toe:

"Godsdienst moet alle harten verenigen en oorlogen en twisten van het aardvlak doen verdwijnen. Godsdienst moet de oorzaak zijn van vergeestelijking en licht en leven brengen aan ieder mens. Indien godsdienst de oorzaak wordt van afkeer, haat en verdeeldheid, ware het beter zonder godsdienst te leven ... Een godsdienst die niet de oorzaak is van liefde en eenheid, is geen godsdienst."
Abdu'l-Bahá in 'Bahá'u'lláh en het Nieuwe Tijdperk', J.E. Eslemont, 2e druk 1978, blz. 160.

Wereldvrede
Nationale wedijver, haat en intriges zullen ophouden te bestaan, terwijl rassenvriendschap, begrip en samenwerking de plaats zullen innemen van rassenhaat en vooroordeel. De oorzaken van godsdiensttwisten zullen voorgoed verdwijnen, economische barrières en restricties zullen volledig worden afgeschaft en buitensporige klassentegenstellingen zullen vervagen. Uiterste armoede aan de ene kant en grove opeenhoping van privébezit aan de andere kant zullen verdwijnen. De reusachtige krachtsinspanningen, verkwist en verspild aan oorlog, zij het economisch of politiek, zullen gewijd worden aan die doeleinden, welke de reeks van uitvindingen en de technische ontwikkelingen zullen vergroten, de produktiviteit van de mens zullen toenemen, aan het uitbannen van ziekte, de uitbreiding van wetenschappelijk onderzoek, het verhogen van het gezondheidspeil, het verscherpen en verfijnen van de menselijke geest, het exploiteren van ongebruikte en niet vermoede hulpbronnen op aarde, het verlengen van de levensduur van de mens en aan de bevordering van ieder hulpmiddel dat het intellectuele, morele en geestelijke leven van het gehele mensenras kan stimuleren.
(Shoghi Effendi, Oproep aan de volkeren der wereld, 110 )

Kees P. 
2006