Wereldgemeenschap

De bahá'í-religie onderscheidt zich door haar plan voor een wereldgemeenschap en een wereldcultuur.

Haar regels zijn goddelijk van aard omdat ze in door Bahá'u'lláh zelf geopenbaarde geschriften gegeven zijn en ze het de mensen makkelijk maken om er in mee te werken.

Bahá'í standpunt over het Milieu (verkort)

De bahá'í-benadering is er een van heelheid en eenheid, m.a.w. het is een holistische godsdienst. Bahá'ís zien het leven zoals ze godsdiensten en mensen zien: als één geheel:'... zoals in deze wereld het menselijk lichaam, dat uiterlijk bestaat uit verschillende ledematen en organen, in werkelijkheid een nauw geïntegreerde, samenhangende eenheid is, zo is de structuur van de stoffelijke wereld eveneens gelijk aan die van een enkel wezen, waarvan de ledematen en lichaamsdelen onafscheidelijk met elkaar verbonden zijn.'

Eerbied voor de aarde
Bahá'ís hebben eerbied voor de aarde en al haar schepselen:

'Ieder mens met inzicht voelt zich, terwijl hij op de aarde wandelt, werkelijk beschaamd, aangezien hij zich er volledig van bewust is dat hetgeen de bron is van zijn voorspoed, zijn rijkdom, zijn macht, zijn verheffing, zijn vooruitgang en kracht, juist zoals door God is beschikt, de aarde is die vertrapt wordt onder de voeten van alle mensen.'

'De natuur is in essentie de belichaming van Mijn Naam, de Maker, de Schepper.... De natuur is Gods Wil en daarvan de uitdrukking... '

Eerbied voor alle schepselen
In de bahá'í-geschriften wordt veel belang gehecht aan vriendelijkheid tegenover dieren:

'Het is van wezenlijk belang dat gij de grootste consideratie in acht neemt ten opzichte van het dier...'

'Oefen uw kinderen van jongs af aan oneindig zacht en liefdevol voor dieren te zijn.'

Evenwicht en harmonie
'Wij kunnen het hart van de mens niet scheiden van de wereld om ons heen en zeggen dat wanneer één van beide eenmaal veranderd is alles beter zal worden. De mens is organisch met de wereld verbonden. Zijn innerlijk leven vormt de omgeving en wordt er zelf ook diepgaand door beïnvloed. Beide werken op elkaar in en iedere blijvende verandering in het leven van de mens is de uitkomst van deze wederkerige reacties.'

De mensheid bezit een vermogen dat de planten en de dieren niet bezitten, nl. het vermogen om de geheimen van de natuur te ontdekken. Dit vermogen brengt de verantwoordelijkheid met zich mee om het alleen op een positieve manier te gebruiken, zodat we er zeker van kunnen zijn dat het evenwicht in de wereld niet wordt verstoord. Bahá'u'lláh, de Stichter van het Bahá'í-geloof, waarschuwde meer dan honderd jaar geleden dat er dingen op aarde zijn die 'het in zich hebben om de gehele atmosfeer van de aarde te veranderen' en waarvan 'de besmetting dodelijk zal blijken te zijn.'

Het behoud van het leven
Al het leven is voortdurend onderhevig aan verandering. Dit is heel natuurlijk. Maar ontwrichtende en grote veranderingen die veroorzaakt worden door menselijke hebzucht en onachtzaamheid gunnen de natuur niet de tijd om zich aan te passen.

'...de beschaving zal..., als wordt toegestaan dat de grenzen van gematigdheid worden overschreden, groot onheil over de mensen brengen... Wanneer het tot extremen leidt dan zal de beschaving een even rijke bron van kwaad blijken te zijn als zij van goedheid had kunnen zijn...'

Wij moeten leren in harmonie met onze planeet te leven. Dit vereist een meer geestelijke en minder zelfzuchtige houding dan die we vandaag de dag ervaren. Wij moeten de verscheidenheid van levensvormen behouden, niet alleen voor hun bestwil maar ook voor ons eigen. Er is bijvoorbeeld een verscheidenheid aan planten nodig om een gezond voedselpatroon in stand te houden, en ook om medische redenen is dit nodig. Bahá'u'lláh adviseert dat we alleen industrieel ontwikkelde medicijnen moeten gebruiken totdat er een natuurlijk middel gevonden wordt.

Het belang van de landbouw
De bahá'í-geschriften stellen dat de landbouw één van 's werelds meest belangrijke middelen van bestaan is. Dit klare feit wordt maar al te vaak over het hoofd gezien.

Veel van de menselijke voedselproduktie leidt tegenwoordig tot verspilling. Talrijke onderzoekers hebben aangetoond dat het fokken van dieren voor de voedselproduktie meer land verbruikt dan het verbouwen van groente. Daar komt nog bij dat grote delen van het aardoppervlak uitgeput raken door overbegrazing door talrijke kuddes.

Volgens de bahá'í-geschriften:

'Het voedsel van de toekomst zal bestaan uit vruchten en granen. de tijd zal komen dat er geen vlees meer gegeten zal worden... ons natuurlijk voedsel groeit uit de grond.'

Maar al te vaak worden in ons huidige economisch systeem armere landen gedwongen gewassen te telen om ze te verkopen aan de rijkere. Dit gaat meestal ten koste van het milieu en de levenswijze van de plaatselijke bevolking. Een eerlijker economisch systeem, gebaseerd op een wereld munteenheid, zou dit probleem oplossen.

Het herstel van de bossen
De bekendste bahá'í-milieu aktivist was waarschijnlijk Richard St. Barbe Baker. Hij stichtte meer dan zeventig jaar geleden de organisatie 'Men of the Trees'. Hij zag de noodzaak in om miljoenen bomen te planten om de oprukkende woestijnen te stoppen, en hij begreep tevens welke essentiële rol bomen spelen om het te laten regenen in droge gebieden. Met de actieve hulp van de mensen in sommige delen van Afrika, zag hij na jaren van hard werken zijn ideeën werkelijkheid worden. In 1986 werden de Bahá'ís uitgenodigd om deel uit te gaan maken van het Netwerk voor Behoud en Religie. Dit netwerk werd ingesteld door het Wereldnatuurfonds en het werkt daarin samen met zeven wereldreligies om te helpen het milieu te beschermen. Onlangs hebben de Bahá'ís het idee gelanceerd om wereldwijd bomen te planten en hebben hiervoor de Wereld Bosbouw Groep bijelkaar geroepen.

Wereldsamenwerking
Het herstel van een goed milieu voor alle levende wezens is een probleem op wereldschaal. We praten over een wereldwijd broeikas effect of over een wereldwijde crisis, maar zelden over wereldwijde oplossingen. De Bahá'ís zullen stellen dat er een vorm van wereldregering zou moeten zijn. Op dit moment wordt het algemeen aanvaard dat ieder land het recht heeft zijn eigen koers te varen, zonder dat wordt stilgestaan bij de gevolgen die zo'n koers kan hebben op anderen. De schadelijke effecten van zo'n houding worden nu duidelijk. De wereldregering moet het recht hebben om ieder land te verhinderen die dingen te doen die schadelijk zijn. Hij moet in staat worden gesteld om de aardse bodemschatten zo te beheren dat allen er profijt van kunnen hebben, en dat ze niet, zoals nu het geval is, dienen voor het kortzichtige materialistische gewin van enkelen.

Als de mensheid wil overleven dan zal de menselijke leefwereld, net als die vele andere soorten, leefbaarder moeten worden. Dit zal niet gebeuren zolang er nog oorlogen kunnen woeden. Er moet een geordende samenleving ontstaan waarin de verscheidenheid en de rijkdom van de verschillende onderdelen behouden en gevoed moeten worden. Deze houding zal een positieve invloed hebben op het milieu als geheel. Bahá'ís omschrijven hun doel voor de toekomst vaak met de woorden: 'Eenheid in Verscheidenheid.'

Plaatselijk initiatief
Hoewel Bahá'ís geloven dat de wereld bestuurd zou moeten worden als ware het één land, zijn zij zich er terdege van bewust dat overmatige centralisatie een gevaar is dat vermeden moet worden. De structuur van een wereldbestuur moet, in de bahá'í-visie, voldoende ruimte bieden aan plaatselijke initiatieven. Ieder deel van het aardoppervlak is een onderpand in de handen van zowel de plaatselijke bewoners als de mensheid als geheel. De onderlinge verhouding tussen het geheel en de delen loopt als een rode draad door de bahá'í-leringen en vormt inderdaad een van de kenmerken van de schepping zelf. Bahá'u'lláh legde de nadruk op de noodzaak van plaatselijk initiatief geleid door een wereldomvattende visie toen Hij zei dat de leden van iedere Plaatselijke Geestelijke Raad: 'Zichzelf moeten beschouwen als de door God benoemde behoeders van iedereen die op de wereld woont.'

De mensheid wordt wakker geschud door datgene wat mensen met inzicht en zij die direct getroffen zijn, al vele jaren weten, nl: dat wij pijlsnel ons milieu vernietigen. Hiervoor zijn vele oorzaken aan te geven, zoals gebrek aan eenheid, gebrek aan een gemeenschappelijke visie op het leven, gebrek aan politieke volwassenheid, het bestaan van armoede en uitbuiting, de verdeling van de wereld in rivaliserende landen, een onrechtvaardig economisch systeem, en vele andere. Het Bahá'í-geloof richt zich direct op milieu vraagstukken, maar zijn leringen behandelen ook het leven van de individuele mens en het besturen van de menselijke aangelegenheden. Het is voor ieder betrokken persoon duidelijk dat als we de hierboven opgesomde problemen konden oplossen, m.a.w. als wij eerlijkere en verstandigere economische, bestuurlijke en rechtskundige systemen zouden ontwerpen, dat dan de vernietiging van het milieu tot staan kan worden gebracht en dat we de weg terug kunnen inslaan.