Geloofd zij Uw Naam, o mijn God! Ik smeek U bij de geuren van het kleed van Uw genade, die op Uw bevel en in overeenstemming met Uw wens over de gehele schepping werden verspreid, en bij de Dagster van Uw wil, die helder schijnt aan de horizont van Uw genade door de kracht van Uw macht en Uw soevereiniteit, om elke ijdele waan en nutteloze verbeelding uit mijn hart te wissen, zodat ik mij met geheel mijn genegenheid tot U moge keren, o Gij Heer der gehele mensheid.
Ik ben Uw dienaar en de zoon van Uw dienaar, o mijn God! Ik heb de handgreep van Uw genade gevat, en mij vastgeklemd aan het koord van Uw tedere barmhartigheid. Beschik voor mij het goede dat bij U is, en voed mij van de Tafel die Gij neerzond uit de wolken van Uw milddadigheid en de hemel Uwer gunst.
Gij, in waarheid, zijt de Heer der werelden, en de God van allen die in de hemel en allen die op aarde zijn.
Bahá'u'lláh