Verdrijf mijn smart met Uw milddadigheid en Uw barmhartigheid, o God, mijn God, en verban mijn angst door Uw soevereiniteit en Uw macht. Gij ziet mij, o mijn God, met naar U geheven gelaat op een ogenblik dat leed mij van alle kanten omgeeft. Ik smeek U, o Gij, Die de Heer zijt van alle zijn, en Die al het zichtbare en onzichtbare overschaduwt, bij Uw Naam waardoor Gij hart en ziel der mensen onderwerpt, en bij de golven van de Oceaan Uwer genade en de pracht van de Dagster Uwer milddadigheid, mij te rekenen tot hen die door niets worden weerhouden hun gelaat tot U te heffen, o Gij Heer aller namen en Maker der hemelen.
Gij ziet, o mijn Heer, hetgeen mij in Uw dagen is overkomen. Ik smeek U, bij Hem Die de Dageraad van Uw namen en eigenschappen is, voor mij te bestemmen hetgeen mij in staat zal stellen mij te verheffen om U te dienen en Uw krachten te prijzen. Gij zijt waarlijk de Almachtige, de Almogende, Die de gebeden aller mensen pleegt te verhoren.
En ten laatste smeek ik U, bij het licht van Uw aanschijn, mijn aangelegenheden te zegenen, mij van mijn schulden te bevrijden en mijn behoeften te bevredigen. Gij zijt Degeen van Wiens macht en van Wiens heerschappij iedere tong getuigt, en Wiens majesteit en Wiens soevereiniteit ieder begrijpend hart erkent. Geen God is er dan Gij, Die luistert en bereid zijt te antwoorden.
Bahá'u'lláh